Niemand weet wat voor kernafval er ligt

Op het terrein van de kernreactor in Petten staat een bunker met 1700 vaten kernafval. Je zou denken dat bekend is wat er in die vaten zit. En van wie ze zijn. Niets is minder waar. Dat blijkt uit stukken die Brandpunt Reporter in bezit kreeg na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur.

De bunker staat in Petten bekend als de 'pluggenloods'. De inhoud als het 'historisch afval'. Dat is een verzameling radioactief afval die is aangelegd sinds de reactor van start ging in 1961. Het afval is, om allerlei redenen, al die tijd in Petten gebleven. Naar schatting de helft van de vaten bevat zogenoemd hoog radioactief val. Sommigen roesten doordat door straling zoutzuur (zie pagina 168 in document 12/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)) is ontstaan. Onafhankelijke experts omschrijven het als 'een historisch gegroeide, potentieel gevaarlijke situatie'. (zie pagina 23 in document 2/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN))

De vaten moeten weg uit Petten. Bestemming: de COVRA (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval) in Zeeland. De vaten zijn formeel eigendom van twee bedrijven: de Nuclear Research and consultancy Group (NRG) en moederbedrijf Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).

Maar moeder en dochter verschillen van mening over wie de eigenaar is. Het gesteggel staat een vlotte schoonmaak van de pluggenloods in de weg. Tot ergernis van de Raad van Toezicht van ECN.

Uit de vergadernotulen van de Raad in juni 2011:

"... (de naam van de spreker is door het ministerie van Economische Zaken verwijderd, redactie) heeft zich ook geïrriteerd aan de discussie over welke vaatjes bij wie horen. Blijkbaar is de administratie niet op orde en moet er eerst een duidelijk overzicht komen van waar welke vaatjes voor wie worden gehouden." (zie pagina 180 in document 15/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN))

De ruzie over de vaten kan ontstaan omdat de administratie van het historisch afval een warboel is. Wim Turkenburg, hoogleraar natuurwetenschap en samenleving en oud lid van de Raad van Toezicht van ECN, houdt de 'vatenadministratie' in 2011 tegen het licht. Hij doet dat op verzoek van ECN.

Turkenburg kan er geen touw aan vastknopen: "Hier raak ik het spoor bijster." (zie pagina 194 in document 15/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN))

Turkenburg schat uiteindelijk dat ruwweg 1500 vaten van ECN zijn, en 200 van NRG. Twee jaar later, in november 2013, concludeert een andere onderzoeker dat:

".. de registratie van de vaten en hun inhoud niet eenduidig vastligt, [...] De commissie geeft in overweging om een aparte audit uit te voeren op de vastlegging van het historisch afval." (zie pagina 194 in document 15/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN))

Ook de afnemer van het afval, de COVRA, is kritisch. "De kwaliteit van de historische gegevens wordt door COVRA als zeer variabel beoordeeld." (zie pagina 23 in document 2/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN))

En dan zijn er nog de afvalvaten die alfahoudend materiaal bevatten. Deze zgn. 'alfastralers' moeten van de andere vaten in de pluggenloods worden gescheiden. Alfahoudend materiaal, zoals plutonium, is gemakkelijk af te schermen, een vel papier is voldoende om de straling tegen te houden. Maar, het kan ook kanker veroorzaken en is relatief duur om te verwerken.

Maar welke vaten 'alfastraler' zijn, wordt uit de vatenadministratie niet duidelijk. ECN / NRG kan het aantal alleen schatten. En ook dat valt niet mee. Het geschatte aantal is de afgelopen drie jaar verdubbeld tot 'enkele honderden'. (zie pagina 194 in document 15/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN))

De auditcommissie die in november 2013 de vatenadministratie onderzoekt, lijkt het niet te vertrouwen: 'Het is de commissie niet duidelijk geworden waarom nieuwe analyses en interpretaties van de gegevens in de (historische) boekhouding van deze vaten steeds weer andere inzichten opleveren. Dit roept vragen op over de betrouwbaarheid van de getallen die tijdens de Audit zijn genoemd.' (zie pagina 23 in document 2/19 van Wob-verzoek activiteiten Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN))

Het is dus onduidelijk hoeveel vaten er zijn met alfastraling en hoe die moeten worden opgeruimd. Zeker is dat het extra tijd en geld zal kosten. Hoeveel wordt op z'n vroegst eind dit jaar (2014) bekend.

Brandpunt Reporter vroeg NRG om een reactie op de problemen met de vatenadministratie. Petra van Saaze is bij NRG verantwoordelijk voor het opruimen van de pluggenloods. De eigendomsverhoudingen, zegt zij, zijn inmiddels "volkomen duidelijk". Wat er precies in de vaten zit niet. Van Saaze: "De vatenadministratie vertelt ons een hoop maar je weet pas definitief wat er in de vaten zit als je ze open maakt. We hebben een hoop informatie, maar we weten niet hoe compleet die is. Delen van de administratie zijn decennia oud, niet iedereen is altijd even compleet geweest in de beschrijving van het afval."

Aan het probleem van de alfastralers wordt gewerkt, verzekert Van Saaze. "We weten door de administratie welke vaten zeker alfa bevatten en welke zeker niet. Er blijft echter 'n aantal twijfelgevallen." Hoe groot dat aantal "verdachte" vaten is, wil ze niet zeggen. Inmiddels liggen er een aantal mogelijke oplossing voor het alfaprobleem op tafel. "Voor eind 2014 hakken we knoop door."